Terug naar 1984

Over macht, waarheid en het ontstaan van drie superstaten
Toen George Orwell in 1949 zijn boek ‘1984’ publiceerde, was het geen voorspelling maar een waarschuwing. Het beschreef geen toekomst die onvermijdelijk zou komen, maar een wereld die kón ontstaan wanneer macht, ideologie en technologie samenvallen zonder democratische tegenmacht. Toch is het moeilijk om de huidige geopolitieke ontwikkelingen te bekijken zonder parallellen te zien met Orwells drie superstaten: Oceanië, Eurazië en Oost-Azië.

In Orwells wereld is de aarde verdeeld in drie vrijwel stabiele machtsblokken die voortdurend in wisselende oorlog zijn. Die oorlog is niet bedoeld om te winnen, maar om interne controle te legitimeren. De vijand is noodzakelijk; hij rechtvaardigt surveillance, repressie en het opofferen van individuele vrijheid. De bevolking hoeft niet te begrijpen waarom men vecht — alleen dát men vecht.

Machtssferen en hertekening van grenzen
Kijken we naar de wereld van nu, dan zien we grote mogendheden die expliciet spreken in termen van invloedssferen en historische aanspraken. Rusland beschouwt Oekraïne niet als een soevereine staat, maar als een verloren onderdeel van een groter geheel. China ziet Taiwan als onafscheidelijk deel van zijn nationale identiteit. De Verenigde Staten spreken steeds openlijker over strategische controle over regio’s als Groenland en delen van Latijns-Amerika.
Belangrijk is dat deze claims zelden puur militair worden gepresenteerd. Ze worden verpakt als historisch recht, veiligheid, culturele eenheid of bescherming tegen chaos. Precies dat mechanisme herkennen we uit 1984: macht legitimeert zichzelf door het herschrijven van het verleden. Wie het verleden controleert, controleert de toekomst.

Nationalisme dat uitmondt in supranationalisme
Op het eerste gezicht lijkt de vorming van grote machtsblokken strijdig met extreemrechtse, nationalistische ideologieën, die juist soevereiniteit en nationale identiteit benadrukken. Maar dit is geen echte tegenstelling. In 1984 bestaan de superstaten niet uit vrijwillige federaties, maar uit gedomineerde gebieden die onder een ideologisch narratief zijn gebracht.
Nationalisme kan, eenmaal aan de macht, paradoxaal genoeg uitmonden in imperialisme. De “eigen natie” wordt dan gedefinieerd als groter dan haar huidige grenzen: historisch, etnisch of cultureel. In dat licht is het niet ondenkbaar dat in grote Europese landen autoritaire leiders opstaan die nationale ressentimenten gebruiken om een bredere, autoritaire Europese machtsstructuur te rechtvaardigen — een Eurazië in Orwells betekenis, niet als vredesproject maar als machtsapparaat.

De veranderlijke waarheid
Een van de meest verontrustende elementen van 1984 is niet de alomtegenwoordige surveillance, maar de instabiliteit van waarheid. Waarheid is geen vast gegeven, maar iets wat voortdurend wordt aangepast aan de behoeften van de macht. Oorlogen beginnen en eindigen zonder aankondiging; bondgenoten worden vijanden en omgekeerd; en de bevolking wordt geacht dit zonder innerlijk conflict te accepteren.
Ook vandaag zien we hoe informatieoorlogen, desinformatie en “alternatieve feiten” een structureel onderdeel zijn geworden van geopolitiek. Niet alleen autoritaire staten maken zich hier schuldig aan; ook democratieën manipuleren narratieven, zij het subtieler. De strijd om macht is steeds vaker een strijd om interpretatie: wat is agressie, wat is verdediging, wat is waarheid?

Drie Big Brothers?
Orwell schreef over één Big Brother, maar impliceerde dat elk machtsblok zijn eigen equivalent heeft. In een wereld van drie superstaten is totale vrijheid nergens te vinden — alleen verschillen in stijl en rechtvaardiging. Dat is misschien de meest actuele les van 1984: onderdrukking hoeft niet uniform te zijn om systemisch te worden.
Als de wereld zich inderdaad ontwikkelt richting een beperkt aantal gesloten machtsblokken, dan is de vraag niet alleen of Orwell gelijk krijgt, maar hoe. Niet als exacte kopie, maar als structuur: permanente dreiging, flexibele waarheid en burgers die veiligheid verkiezen boven vrijheid.

Slot
1984 was geen handleiding voor de toekomst, maar een meetlat. Hoe meer de wereld zich laat beschrijven in termen van absolute vijanden, historische noodzakelijkheid en onbetwijfelbare leiders, hoe relevanter het boek wordt. Dat maakt het niet profetisch, maar urgent.
De waarheid is in Orwells wereld veranderlijk — maar juist daarom is het vermogen om waarheid te herkennen en te verdedigen de laatste vorm van vrijheid. Of, om Orwell impliciet te parafraseren: als iedereen wordt gedwongen te geloven dat twee plus twee vijf is, dan is de grootste daad van verzet blijven zeggen dat het vier is.

Volendam

Ik heb een tyfushekel aan Volendam en aan Volendammers. Dat is al zo sinds mijn puberteit, toen ik die verschrikkelijke zeikmuzak van The Cats op de radio hoorde of voorbij zag komen bij AVRO’s Toppop. Om nog maar te zwijgen over alle bagger die er later nog achteraan kwam en nog steeds komt. Ik ga ze hier niet allemaal noemen, maar neem dat bandje dat niet eens in staat was een fatsoenlijke naam voor hun gezelschap te bedenken. Aanvankelijk waren ze nog een aardig rockbandje, al niet erg succesvol; uiteindelijk besloten ze maar dezelfde weg in te slaan als hun bekende dorpsgenoten. Ze gingen ook de zogenaamde Palingsound vertolken, deels zelfs in het Frans.
Bwah. Dat mogen alleen Fransen of Belgen; die kunnen dat.

   In die tijd hadden mediaspelers—radio’s—nog niet de mogelijkheid gebruik te maken van een algoritme. De radio hield geen rekening met mijn voorkeuren. Ik moest en moet dus nog steeds handmatig, al dan niet met behulp van een afstandsbediening, de tv of streaming­speaker uitzetten of een andere zender kiezen wanneer dergelijke drek voorbij komt.

   Ik kan er niets aan doen; het is ook iets fysieks. Mijn lichaam reageert erop. Mijn maag trekt samen en stuurt zijn inhoud terug richting slokdarm.

   Kennelijk was ik me er destijds al onbewust van bewust —contradictio in terminis— dat liefhebbers van dit soort muzak vaak een conservatief, traditioneel wereldbeeld hebben. Het zijn meestal dezelfde bange mensjes die zich vastklampen aan oude tradities en als de dood zijn dat er iets verandert. Althans: ze dénken dat het al eeuwenoude tradities zijn. Maar, zijn het dat wel?

   Vanaf 1950 beïnvloedden vooral warenhuizen, voedingsmiddelenproducenten en speelgoedketens het koopgedrag door tradities consequent te integreren in reclame. Etalages, folders, radio- en tv-advertenties en productontwikkeling. De kern van hun strategie: huiselijkheid, nostalgie en rituelen. Zo kwam de zogeheten traditie echt op gang.

Populistische politieke “partijen”—voor zover je daar al van partijen kunt spreken—hebben dat goed begrepen en haken daar met succes op in. De media van vroeger zijn daarbij, naar Amerikaans-Russisch voorbeeld, vervangen door berichten op sociale media voorzien van door AI gegenereerde afbeeldingen met teksten die sterk inzetten op nationalisme, afkeer van vreemdelingen en hang naar traditie.

   Daarvoor gevoelige, vaak wat minder ontwikkelde mensen (en daarmee bedoel ik niet per se opleidingsniveau) die vastzitten in een door het algoritme gegenereerde bubbel, maar waar ook omgevingsfactoren een grote rol spelen, trappen daar gemakkelijk in. Uitgekiende propaganda dus, waar—naar goed nazigebruik, zij hebben het tenslotte uitgevonden—handig gebruik van wordt gemaakt.

   Gezien het stemgedrag bij de laatste twee Tweede Kamerverkiezingen is de plaatselijke bevolking van het vissersdorp daar een treffend voorbeeld van.

Volendam is een roomse PVV-enclave die men, wat mij betreft, tijdens de Reformatie al met spades rondom had moeten lossteken en moeten laten afzinken in de toenmalige Zuiderzee.

(Die ballade is wél mooi.)